Opgepast voor bloedwormen!

WAT?

Bloedwormen (Cyathostominae of kleine Strongyliden) zijn één van de meest voorkomende en meest schadelijke wormen bij paarden. De wormen zijn dun, tot 2,5 cm lang en roodachtig van kleur. Jonge paarden (tot 3 jaar) lopen een groter risico op een ernstige besmetting maar in principe kunnen kleine strongyliden levensbedreigend zijn op alle leeftijden. Tot 50% van de paarden met een ernstige larvale cyathostominose kan overlijden, ondanks een eventuele behandeling.

Bron: Zoetis

LEVENSCYCLUS

De larven (L3 stadium) worden met het weidegras mee opgegeten en verplaatsen zich door het darmkanaal naar de dikke darm. Ze kapselen zich in het slijmvlies van de dikke darm in waar ze verder ontwikkelen tot het L4 stadium. Een groot deel van de ingekapselde larven gaat in een soort rusttoestand (geïnhibeerde L3 larven). Zolang de larven ingekapseld zitten produceren ze geen eitjes en is de besmetting dus niet detecteerbaar in een mestonderzoek.

Bron: Zoetis

Er kunnen zeer veel (tienduizenden) ingekapselde larven in de darmwand bevinden wat uiteraard gepaard gaat met een belemmering van de opname van voedingsstoffen. Dit kan leiden tot onder andere gewichtsverlies.

De geïnhibeerde ingekapselde larven kunnen massaal vrijkomen zonder dat daar bepaalde verschijnselen aan vooraf zijn gegaan. Het paard kan er nog steeds gezond uit zien aan de buitenkant. Dit massaal vrijkomen van larven kan voor het dier fataal aflopen.

Het wordt vooral laat in de winter en vroeg in het voorjaar gezien en wordt wel wintercyathostominose genoemd.

SYMPTOMEN

Bloedwormen veroorzaken volgende symptomen: 

  • Diarree
  • Snel en ernstig vermageren
  • Lusteloos
  • Koorts
  • Doffe vacht
  • Uitdroging
  • Koliek aanvallen (bij massaal vrijkomen ingekapselde larven)
  • Sterfte

Vertoont uw paard één of meerdere van deze symptomen, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw dierenarts.

BEHANDELING en PREVENTIE

Ons advies is om alle paarden, met weidegang, in de herfst/winter te behandelen voor bloedwormen, ongeacht het resultaat van eventueel mestonderzoek.

Het behandelen gebeurt door middel van een product met als actief bestanddeel “moxidectine” of door middel van een vijfdaagse kuur met “fenbendazole”.

Andere preventieve maatregelen die genomen kunnen worden:

  • Mest met regelmaat van de weide verwijderen (min. 1x per week)
  • Zorg dat de weide niet overbezet is (idealiter 3-5 paarden per hectare)
  • Stal regelmatig uitmesten (en evt. ontsmetten)
  • Andere dieren op de weide laten grazen (schapen, geiten,… = natuurlijke stofzuiger, eten larven op en worden niet ziek)
  • Regelmatig “verweiden” (van weide veranderen)
  • Voorkom dat veulens samen grazen met oudere paarden. De oudere paarden kunnen een belangrijke bron van besmetting zijn voor de veulens en moeten regelmatig ontwormd worden.

Hebt u vragen? Aarzel niet om ons te bellen op 016/31.00.31 of stuur gerust een mailtje naar info@tsantvliet.be.

Spread the word. Share this post!