Veulen geboren, wat nu?

Lente, de eerste veulens worden geboren! Kleurrijke bloemen komen tevoorschijn, alles kleurt groen en de veulens dartelen vrolijk door de weide.

Maar wat moet je eigenlijk allemaal weten als paardenfokker? Wat zijn de eerste stappen na de geboorte van het veulen?

De geboorte van een veulen gaat in de meeste gevallen erg vlot en vereist geen hulp. Het merendeel van de merries veulent ‘s nachts. Als echter duidelijk wordt dat het veulen fout gepositioneerd is of de geboorte langer dan 30 minuten duurt, is het noodzakelijk om uw dierenarts te contacteren. Wil je meer weten over het veulenen zelf? Lees dan onze blog: “Help! Mijn merrie moet veulenen”.

Nadat een veulen ter wereld gekomen is, laat je merrie en veulen best alleen. Als het veulen in een rustige omgeving geboren wordt, is de kans groot dat de merrie nog een tijdje blijft liggen na het veulenen. Zo blijft de navelstreng tussen moederdier en pasgeborene verbonden en wordt er nog bloed vanuit de placenta in het bloed van het veulen gepompt. De navelstreng scheurt vanzelf wanneer de merrie beslist om recht te staan.

Initieel ligt het veulen plat, het zal niezen om slijmen en vruchtwater uit de neus te verwijderen en schudt regelmatig met zijn hoofd omdat er vruchtwater in de oren aanwezig is. Na een tijdje gaat het veulen sternaal liggen (borst-buikligging) en doet het zijn eerste pogingen om recht te geraken.

Een richtlijn om te controleren of alles goed gaat is de 1,2,3-uren regel:

  • Na 1 uur: het veulen staat recht
  • Na 2 uur: het veulen heeft gedronken bij de merrie
  • Na 3 uur: de eerste mest is gepasseerd en de nageboorte van de merrie is afgekomen

Op het ogenblik dat het veulen rechtstaat controleer je best de navel. Dit is de belangrijkste intredepoort voor bacteriën, met polyartritis als gevolg (ontsteking van verschillende gewrichten – mank enkele dagen na de geboorte). De navel dient goed ontsmet te worden met Isobetadine (jodium) of Hibitane (chloorhexidine). Je doet dit best een aantal keer per dag gedurende 2-3 dagen tot de navel goed uitgedroogd is. Als de navel zwelt of er etter zichtbaar is, contacteer dan uw dierenarts.

Als het veulen moeilijk rechtgeraakt en na 1 uur nog steeds niet staat, tap je best melk af van de merrie. Het veulen zal na een uur al het grootste deel van zijn glucosevoorraad opgebruikt hebben en raakt uitgeput. De melk wordt door middel van een lammer/babyfles op een zo proper mogelijke manier aan het veulen gegeven. Alle beetjes melk zullen zorgen voor energie om uiteindelijk recht te geraken.

Het veulen manueel recht helpen en aan de uier zetten is ook een mogelijkheid. Als het dier echter volledig uitgeput is van de talloze inspanningen om recht te staan, is het aangeraden om eerst een fles melk te geven. Let er op dat het veulen sternaal ligt (niet plat!) bij het geven van een fles een dat de zuigreflex aanwezig is.

De eerste melk van de merrie, ook biest of colostrum genoemd, is zeer belangrijk voor het veulen. Colostrum bevat enorme hoeveelheden antistoffen die het veulen nodig heeft om voldoende weerstand op te bouwen. De eerste 6 uur na de geboorte zijn van cruciaal belang voor de opname van de antistoffen. De antistoffen worden namelijk opgenomen door de darmwand en komen rechtstreeks in de bloedbaan van het veulen terecht voor een optimale weerstand tegen ziekten. 24 uur na de geboorte werkt dit mechanisme niet meer en breekt de darm van het veulen de antistoffen af. Heeft uw veulen om de ene of de andere reden geen of onvoldoende biest binnen gekregen, contacteer dan zo snel mogelijk uw dierenarts. Eventueel kan er biest toegediend worden met een neussonde. Is het veulen al ouder dan 24 uur, kan een plasma-infuus toegediend worden.

Typische houding van een veulen met een meconium obstipatie. De pasgeborene staat continu te persen zonder resultaat.

Staat het veulen recht, heeft het veulen gedronken bij de merrie, dan moet er enkel nog gecontroleerd worden of het dier mest maakt. De eerste mest, ook meconium of pek genoemd, is zeer donker van kleur en bestaat meestal uit zeer harde, kleine mestbolletjes.

Voornamelijk bij hengstenveulens, maar af en toe ook bij merrieveulens, zien we dat deze eerste mest geblokkeerd zit. Het veulen staat te persen met een gebolde rug. In dit geval contacteert u best uw dierenarts, deze zal een spoeling van het rectum uitvoeren (enema).

De nageboorte in de vorm van een broek met “afgesloten broekspijpen”

De nageboorte (moederkoek, placenta) van de merrie komt meestal redelijk snel na de geboorte af. Haal deze uit de stal en spreidt de nageboorte volledig open. Een nageboorte die volledig is heeft de vorm van een broek met afgesloten broekspijpen. Het is belangrijk dat de uiteinden (“pijpen”) compleet zijn! Leg de nageboorte klaar in een emmer voor de dierenarts.

De nageboorte is reeds gedeeltelijk uitgedreven bij deze merrie. Men knoopt best de nageboorte op, om te vermijden dat de merrie erop gaat staan en zo scheuren veroorzaakt

Is de nageboorte na 3 à 4 uur nog steeds niet afgekomen, contacteer dan onmiddellijk uw dierenarts. Trek nooit aan de nageboorte, deze kan scheuren waardoor er stukjes achterblijven in de baarmoeder. Blijft de nageboorte langer dan 3 à 4 uur op, ontstaat er een verhoogde kans op complicaties: hoefbevangenheid, endometritis (baarmoederontsteking), endotoxinemie (bloedvergiftiging),… Gemiddeld 2 tot 10% van de merries blijft aan de nageboorte staan.

Het is aangeraden uw pasgeboren veulen de dag volgend op de geboorte, te laten controleren door een dierenarts. Deze controleert of het veulen voldoende alert is, of er geen zwelling van de navel aanwezig is en of de navel voldoende ontsmet en droog is. Het veulen zal een “veulenspuitje” krijgen, wat een extra bescherming vormt tegen tetanus. Meestal laat de dierenarts ontworming achter voor de eerste 6 levensmaanden van de pasgeborene. Ook de merrie wordt bekeken door de dierenarts (algemeen, vulva, uier). Tenslotte wordt de nageboorte gecontroleerd op volledigheid. Men moet zeker zijn dat er geen stukjes van de nageboorte achtergebleven zijn in de baarmoeder.

Om na te gaan of het veulen voldoende antistoffen opgenomen heeft, kan een Snap Foal Test uitgevoerd worden. Hierover wordt in onze volgende blog meer verteld!

Verwacht je binnenkort een veulen en heb je nog vragen? Aarzel niet om ons te contacteren op het nummer 016/31.00.31 of via email op info@tsantvliet.be.

Help! Mijn merrie moet veulenen

Bijna lente, de eerste veulens worden geboren! Kleurrijke bloemen komen tevoorschijn en de veulens dartelen vrolijk door de weide.

Wat moet je allemaal weten als paardenfokker? Hoe weet je wanneer de bevalling van je merrie dichterbij komt en wat kan je allemaal doen om dit zo optimaal mogelijk te laten verlopen?

DE VOORBEREIDINGEN

Er zijn een aantal voorbereidingen die je kan treffen om de kans op een gezonde merrie en een gezond veulen te vergroten.

  • Goed voederen, goed ontwormen en voldoende beweging tijdens de dracht = goede lichamelijke conditie.
  • Vaccineren in het laatste deel van de dracht tegen influenza en tetanus (rond de 9de maand) en vaccineren tegen rhinopneumonie in de 5de, 7de en 9de maand. De antistoffen die de merrie vormt, zullen via de biestmelk overgedragen worden aan het veulen.
  • Indien de merrie naar een centrum voor geboortebegeleiding gaat – tijdig wegbrengen! Breng de merrie reeds enkele weken tot een maand voor de uitgerekende datum naar de plek waar ze moet veulenen. Zo worden er antistoffen aangemaakt tegen omgevingskiemen, die op hun beurt ook doorgegeven worden via de biestmelk aan het veulen. Als de merrie reeds geruime tijd aanwezig is in de nieuwe omgeving zal ze ook rustiger zijn tijdens het veulenen.
  • De stal moet ruim, goed verlicht en proper zijn.
  • Voorzie een fles en eventueel kunstbiest voor als het veulen niet snel genoeg zelf gaat drinken.
  • Voorzie ontsmettingsmiddel (Isobetadine, Hibitane) voor het ontsmetten van de navel.
  • Houd het nummer van uw dierenarts bij de hand.

DE UITGEREKENDE DATUM NADERT…

De gemiddelde draagtijd van een merrie is 337 dagen maar de ervaring leert ons dat dit zeer variabel kan zijn. Veulens kunnen te vroeg geboren worden maar in de meeste gevallen gaan merries over tijd. Dit is absoluut geen probleem, merries gaan al makkelijk een maand over tijd.

Enkele weken voor het veulenen begint de uier te zwellen, sommige merries tonen ook vochtophoping ter hoogte van de onderbenen en/of de buik.

Is de merrie tijdens de drachtbegeleiding opgenaaid/dichtgezet? Laat de vulva dan ongeveer twee weken voor de uitgerekende datum opnieuw open maken door de dierenarts. Voorzie steeds een propere schaar vlakbij de stal, in het geval dat de merrie plots vroeger veulent dan verwacht.

Enkele dagen voor de geboorte zullen de spieren en banden rond de staartbasis ontspannen onder invloed van hormonen.

De typische harsachtige kegeltjes ter hoogte van de uier

Kort voor de geboorte schiet de uier van de merrie vol. Vanaf het ogenblik dat er harsachtige druppels ter hoogte van de spenen hangen (“kegelen”), wordt het veulen meestal (!) binnen de 24-48 uur geboren.

Als een merrie reeds enkele weken van tevoren melk laat lopen, laat dan zeker de biestkwaliteit controleren vlak na de geboorte. De kwaliteit kan ondermaats zijn waardoor het veulen onvoldoende antistoffen binnenkrijgt!

DE GEBOORTE

De geboorte is nabij wanneer de merrie:

  • Onrustig is
  • Regelmatig gaat liggen en kramperig is
  • Begint te zweten
  • Een plashouding aanneemt
  • Fleemt
  • Evt. wat melk laat schieten

Een merrie is in de meeste gevallen in staat om te veulenen zonder hulp. Hoe rustiger op stal, hoe vlotter alles verloopt. Indien er, ondanks het persen van de merrie, gedurende 10 minuten geen vooruitgang is in het geboorteproces, contacteer dan onmiddellijk uw dierenarts.

De geboorte verloopt in verschillende fasen:

Contractiefase

De baarmoeder trekt samen waardoor het veulen draait en tegen de baarmoederhals aanduwt. De merrie is ongemakkelijk en kijkt regelmatig naar de flanken. Deze fase kan 30 minuten tot enkele uren duren.

Uitdrijvingsfase
De waterblaas is gebroken – de uitdrijvingsfase is begonnen.

Het veulen komt dieper in het geboortekanaal terecht waardoor de baarmoederhals ontsluit. Door de druk in de vagina springt de waterblaas kapot, de merrie lijkt eindeloos te plassen (“water gebroken”).

De meeste merries gaan vervolgens neerliggen om beter te kunnen persen. Het veulen wordt meestal binnen de 25 minuten na het breken van het water geboren.

De merrie begint te persen zodra het veulen in het geboortekanaal terechtkomt

Als het veulen correct ligt zie je eerst het ene voetje en iets later volgt het andere. Het hoofd rust op de voorbeentjes ter hoogte van de voorknieën. Is dit niet het geval, contacteer dan uw dierenarts.

Het vlies dat rond het veulen zit kan ter hoogte van het hoofd gebroken worden zodat het veulen lucht krijgt. Indien je in plaats van een witte blaas rond de pootjes een rode blaas met witte ster ziet, moet de blaas zo snel mogelijk gebroken worden opdat het veulen zuurstof krijgt (red bag delivery).

Het vlies om het hoofd van het veulen is gebroken zodat het kan ademhalen

De achterbenen van het veulen blijven soms nog in de merrie zitten als de merrie ligt. Dit is goed want zo lang de merrie neerligt, is de navelstreng intact en blijft er bloed stromen van de merrie naar het veulen.

Zodra de merrie rechtstaat breekt de navelstreng gewoonlijk vanzelf.

Uitdrijving nageboorte

Na de geboorte van het veulen wordt de placenta (nageboorte) afgedreven. Meestal gebeurt dit binnen een uur na de geboorte. Bewaar de nageboorte in een emmer voor de dierenarts, deze controleert de volledigheid. Als de nageboorte langer dan 3 uur blijft zitten, contacteer dan uw dierenarts. Knoop in afwachting de nageboorte op indien er een risico is dat de merrie erop gaat staan.

Er bestaan verschillende geboortebewakingssystemen. Deze geven alarm op het ogenblik dat de merrie gaat veulenen. Birth Alarm bestaat uit een singel die net achter de voorbenen word aangebracht. Deze slaat alarm wanneer de merrie frequent of langdurig neerligt. Foalert Inc. werkt door middel van een magneetje dat in de vulva wordt genaaid. Op het ogenblik dat het water breekt of het veulen de vulvalippen uit elkaar duwt, wordt het alarm geactiveerd. Tenslotte kan ook een camera in de stal geplaatst worden om de merrie in het oog te houden.

De merrie is opgestaan, de navelstreng gebroken. Het veulen doet zijn eerste pogingen om recht te staan.

Verwacht u binnenkort een veulen en hebt u nog vragen? Aarzel niet om ons te bellen op het nummer 016/31.00.31 of mail naar info@tsantvliet.be.


Vermijd een esdoornvergiftiging bij uw paard!

Na een mooie zomer verwelkomen we de herfst en zoals ieder jaar dwarrelen de bladeren naar beneden. Een prachtig schouwspel dat echter ook enkele gevaren met zich meebrengt.

Giftige bladeren en zaden die van de bomen vallen, kunnen terechtkomen in de weide en bij het grazen opgenomen worden door de paarden. Onder andere de esdoorn is erom gekend problemen te veroorzaken. Bij paarden leidt een esdoornvergiftiging tot een spierziekte genaamd atypische myopathie.

Wat is atypische myopathie?

Atypische myopathie, ook weidemyopathie genoemd, is een levensbedreigende spierziekte bij paarden ten gevolge van het opeten van de bladeren, zaden en scheuten van de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus L.). 

Waarom is de esdoorn giftig voor paarden?

De zaden en scheuten van de gewone esdoorn bevatten een hoge dosis hypoglycine A, dit is het toxine dat aanleiding geeft tot atypische myopathie. De ziekte komt vooral voor bij nat en winderig weer aangezien de bladeren en zaden dan makkelijk in de weide terechtkomen. In de lente worden ook veel gevallen gerapporteerd aangezien de paarden de scheuten van de gewone esdoorn opnemen.

Welk soort esdoorn is giftig?

Er komen drie verschillende typen esdoorn voor in België. Enkel de gewone esdoorn bevat het toxine. De Noorse esdoorn en de Veldesdoorn zijn veilig voor paarden. Om de verschillende soorten uit elkaar te houden kijk je best naar de zaden. Bij de gewone esdoorn zitten de zaden, ook wel helikopters genoemd, in een hoek van 90 graden ten opzichte van elkaar. Bij de twee andere typen is deze hoek bijna 180 graden.

De zaden van de gewone esdoorn (hoek 90°)

De zaden van de andere typen esdoorn (hoek van bijna 180°)

Wat zijn de symptomen van atypische myopathie?

Het is van groot belang de symptomen tijdig te herkennen aangezien de ziekte bij meer dan 70% van de dieren binnen de 3 dagen fataal is. Atypische myopathie treedt acuut op en de symptomen verergeren zeer snel.

De symptomen kunnen vergeleken worden met spierbevangenheid (maandagziekte, tying-up, rhabdomyolyse). We zien:

    • Spierstijfheid en spierzwakte met eventueel spierrillingen
    • Milde kolieksymptomen
    • Zweten en onderkoeling
    • Neerliggen en moeilijk of niet recht geraken
    • Versnelde ademhaling en verhoogde hartslag
    • Roodbruine urine door de spierafbraak
  • Volle blaas door urineretentie

Dieren jonger dan 3 jaar en oude dieren lijken meer risico te lopen op een esdoornvergiftiging. Ook magere dieren lopen een verhoogd risico.

Hoe verloopt de behandeling?

Denk je dat je paard atypische myopathie heeft, bel dan onmiddellijk een dierenarts! Laat in de tussentijd het paard rusten en houdt het warm.

Rust is noodzakelijk dus transport van het dier wordt afgeraden. Voorlopig bestaat er geen sluitende remedie. De behandeling van besmette dieren is beperkt tot een symptomatische behandeling. Het dier krijgt een infuus en ontstekingsremmers/pijnstillers in combinatie met medicatie om de spieren te ondersteunen.

De overige paarden worden best onmiddellijk verplaatst naar een andere weide. Houd deze dieren goed in de gaten want het is mogelijk dat zij ook gegeten hebben van de bladeren, zaden of scheuten.

Hoe te voorkomen?

De belangrijkste maatregel is het vermijden van een gewone esdoorn op en rond de weide. Zaden en bladeren kunnen echter ver verspreiden door de wind dus kijk ook goed rond in de omgeving van de weide. Indien er een esdoorn aanwezig is, worden de dieren best opgestald in de risicoperiode: vanaf oktober tot aan de eerste vorst, alsook in de lente bij het ontstaan van de eerste scheuten.

Voor de rest is het belangrijk dat de dieren een goede conditie hebben (jaarlijkse vaccinaties en ontworming). Indien de dieren voldoende gras en/of voldoende kwaliteitsvol hooi ter beschikking hebben gaan ze minder snel geneigd zijn om zaden, bladeren en scheuten op te eten. Verwijder in de lente de scheuten en in het najaar de dode bladeren uit de weide.

Heb je nog vragen? Mail dan gerust naar info@tsantvliet.be.

Een goed gebit is van levensbelang voor uw paard

Een paard is een herbivoor of planteneter, het gebit is bijgevolg ontworpen om vezelrijk en plantaardig voedsel te vermalen. Door het eten van ruwvoer zijn de tanden gedurende het ganse paardenleven onderhevig aan slijtage (2-3mm/jaar). Hierdoor schuiven de tanden steeds meer op naar het oppervlak (eruptie van de tanden) waardoor de tandwortel korter lijkt te worden naarmate het paard ouder wordt.

Modern rijpaard VS Wild paard

Een vraag die wij als dierenarts en paardentandarts regelmatig te horen krijgen is: “Waarom moeten de tanden van onze paarden gecontroleerd worden, in de natuur gebeurt dit toch ook niet?”.

Het moderne rijpaard dat we vandaag de dag kennen is echter niet te vergelijken met een wild paard. Een modern paard krijgt zacht krachtvoer, snoepgoed en hooi van steeds fijnere kwaliteit verdeeld over 2 of 3 maaltijden per dag. Dit in tegenstelling tot een wild paard dat ruw, wild gras eet in combinatie met takken en struiken gedurende bijna de ganse dag. De tanden van ons modern paard slijten bijgevolg onvoldoende af waardoor problemen in de mond ontstaan. Dit heeft gevolgen voor het welzijn en de gezondheid van het paard.

Anatomie van het gebit

In de mond van het paard vinden we verschillende soorten tanden: snijtanden, evt. hengstentanden, evt. wolfstanden, premolaren (melkkiezen) en molaren (ware kiezen).

De snijtanden (12 in totaal) bevinden zich vooraan in de mond en dienen om het gras af te “knippen” waarna het door de kiezen vermaald wordt.

Meer naar achter in de mond kunnen we bij hengsten, ruinen en sommige merries hengstentanden (of haaktanden) terugvinden. Deze geven normaal gezien geen problemen tijdens het rijden en dienen bijgevolg meestal niet verwijderd te worden.

Dit in tegenstelling tot de wolfstand, die in sommige gevallen wel last kan veroorzaken bij het rijden met bit. De wolfstand bevindt zich vlak voor de eerste kies en wordt zichtbaar tussen 6 en 18 maanden leeftijd. Deze tand is niet bij alle paarden aanwezig. Indien aanwezig, kan hij zeer makkelijk verwijderd worden aangezien de wortel erg kort is.

Tenslotte zijn er nog de kiezen, deze zijn de belangrijkste elementen van het gebit. We spreken van premolaren of melkkiezen (12 in totaal) en molaren of ware kiezen (12 in totaal).

Het gebit van een volwassen paard bezit 36 tot 42 tanden (afhankelijk of er hengstentanden en/of wolfstanden aanwezig zijn). Niet elk paard heeft evenveel tanden!

Tussen de snijtanden en de kiezen is een regio waar zich geen tanden bevinden, deze wordt “lagen” genoemd. Dit is de plaats waar het bit zich bevindt tijdens het rijden.

Het gebit bij een veulen

Veulens worden geboren met al hun melkkiezen, de ware kiezen komen pas tevoorschijn vanaf 1 jaar leeftijd.
De eerste snijtanden van een veulen zijn zichtbaar binnen één week na de geboorte. Rond de leeftijd van 6 maanden zal het veulen beschikken over alle 12 de snijtanden.

Wisselen van de tanden

De snijtanden worden vervolgens gewisseld van binnen naar buiten. Dit gebeurt op 2,5 jaar (binnenste snijtanden), 3,5 (middenste snijtanden) en 4,5 jarige (buitenste snijtanden) leeftijd.

De melkkiezen wisselen iets vroeger namelijk op 2,5, 3 en 3,5 jarige leeftijd. Bij het wisselen van de melkkiezen kan de oude kies bovenop de nieuwe kies blijven zitten als een soort “dop”. Dit kan soms klachten geven bij het eten of tijdens het rijden, in dit geval moeten de doppen manueel verwijderd worden.

De ware kiezen komen tevoorschijn tussen 1 en 3 jaar, deze wisselen niet.

Op de leeftijd van 5 jaar is een paard volledig uitgewisseld.

Afwijkingen ter hoogte van het gebit en hun symptomen

Paarden kunnen haken ontwikkelen ter hoogte van de kiezen. Deze haken worden ook wel glazuurpunten of emailpunten genoemd. Ter hoogte van de bovenkaak ontstaan ze aan de wangzijde (buitenkant). Ter hoogte van de onderkaak ontstaan ze aan de tongzijde (binnenkant). De haken kunnen zo scherp worden dat ze wondjes veroorzaken aan de binnenkant van de wang en/of de tong.

Andere afwijkingen die voorkomen ter hoogte van het gebit:

  • Golvend patroon ter hoogte van de kiezen
  • Tandsteen
  • Onderbeet of overbeet
  • Gebroken tanden en/of verlies van tanden

Wat toont je paard als er afwijkingen zijn ter hoogte van het gebit?

  • Maken van proppen voeder en deze uit de mond laten vallen
  • Knoeien met krachtvoer
  • Slechte adem
  • Abnormale zwellingen ter hoogte van de kaak
  • Lange vezels in de mest (langer dan 6-8mm)
  • Vermageren
  • Neus – of ooguitvloei (meestal eenzijdig)
  • Voer weken in de waterbak of heel veel water drinken tijdens het eten
  • Koliek (obstipatie)

Tijdens het rijden kan je ook problemen ondervinden. Het dier reageert vaak zeer gevoelig op het bit en biedt weerstand bij het rijden. Paarden met tandproblemen willen vaak geen stelling aannemen, houden het bit vast, bokken, schudden met hun hoofd, laten de tong uit de mond hangen enzovoort. Een jaarlijkste gebitscontrole zorgt voor meer comfort in de mond en bijgevolg ook voor betere prestaties.

De eerste gebitscontrole is aangewezen vanaf een leeftijd van 3 jaar.

Is uw paard toe aan zijn jaarlijkse gebitscontrole? Vertoont uw paard symptomen zoals hierboven opgelijst? Contacteer dan uw paardentandarts of dierenarts.

Maagzweren bij het paard: tracht de symptomen tijdig te herkennen!

Maagzweren zijn een vaak voorkomend probleem bij paarden. De symptomen zijn vaag en zeer uiteenlopend. Heeft uw paard een verminderde eetlust en/of vermagert hij? Staat zijn vacht dof of presteert hij niet meer zoals vroeger? Geeuwt uw paard frequent of vertoont hij regelmatig lichte koliekverschijnselen? Toont uw paard soms tekenen van pijn of agressie bij het aansingelen? Lees dan zeker de informatie op de volgende link goed door! Uw paard kan namelijk last hebben van maagzweren. 

Meer informatie over maagzweren bij paarden: symptomen, risicofactoren, voorkomen en behandelen

 

Hittestress bij paarden: wat is het en hoe ga ik ermee om?

We kijken allemaal uit naar mooi weer maar wanneer het echt warm wordt, kan dit bij paarden voor hittestress zorgen. Hittestress is opwarming van het lichaam met warmteziekten tot gevolg. Men spreekt van hittestress wanneer een dier niet in staat is zijn lichaamstemperatuur te regelen. Dit is een vaak onderschat probleem.

Eerst en vooral dient er een onderscheid gemaakt worden tussen hittestress bij mensen en bij paarden. Paarden hebben namelijk een totaal verschillende stofwisseling en raken veel sneller verhit dan mensen.

Het paard en zijn lichaamstemperatuur

De thermoneutrale zone (of comfortzone) van een paard ligt tussen 5°C en 25°C. Dit betekent dat binnen deze range het paard niets moet doen om de lichaamstemperatuur (37,2°C tot 38,3°C) te behouden. Onder 5°C en boven 25°C zal het paard wel moeten compenseren, bijvoorbeeld via spierrillingen wanneer de lichaamstemperatuur daalt onder 5°C en via zweten wanneer hij stijgt boven 25°C.

Een paard kan zich perfect aanpassen aan temperaturen boven de 25°C door transpiratie. Echter op een warme en windstille dag met een hoge luchtvochtigheid kan een paard in hittestress geraken. Als de luchtvochtigheid erg hoog is, zal het zweet lastiger verdampen en geraakt het paard zijn warmte niet kwijt. Typische symptomen van hittestress zijn: gedaalde prestaties, stijve gangen, lomigheid, verhoogde ademhaling, niet willen eten, verhoogde hartslag, uitdroging, etc.

Arbeid bij warm weer

Bij zwaar werk wordt er extra warmte geproduceerd door de spieren en kan het paard makkelijk 15 liter zweet verliezen op één uur tijd. Het is dus zeer belangrijk om altijd vers drinkwater te voorzien (een paard drinkt normaal tussen de 15 en 40 liter per dag, afhankelijk van de buitentemperatuur). Eventueel kan het aangeboden water na een inspanning licht gezouten worden (ongeveer één theelepel (5 à 6 gram) per 20 liter). Zo worden ook enkele elektrolyten aangevuld die het paard verliest door het zweten. Paarden die een zeer zware inspanning geleverd hebben, zijn zo veel elektrolyten kwijt dat de dorstprikkel verdwijnt. Dit leidt uiteraard snel tot problemen want de dieren drogen verder uit ondanks dat ze voldoende water aangeboden krijgen. Verder is het opletten geblazen met zeer koud water, dit kan namelijk aanleiding geven tot koliek!

Hoe het paard efficiënt afkoelen?

Idealiter stap je best minimum 15 min met het paard na het werk (liefst zonder zadel, peesbeschermers etc.). Vervolgens is het aangeraden om het dier af te spoelen en het water onmiddellijk te verwijderen met een zweetmes. Het gaat er namelijk om dat het paard afkoelt door het verdampen van het water. Je herhaalt dit best tot het water niet meer opgewarmd wordt door de lichaamswarmte van het paard.

Het hoofd, de hals en benen zijn de voornaamste lichaamsdelen die afgekoeld moeten worden. Bij deze lichaamsdelen zijn de bloedvaten zeer oppervlakkig gelegen, waardoor tijdens het koelen het bloed sneller gekoeld wordt. Ook de bespiering aan de achterhand is belangrijk. Tussen de koelbeurten door kan er gestapt worden.

Wat bij transport?

Een ander belangrijk aandachtspunt is het transport! Er is veel spierarbeid (en dus ook warmteproductie) nodig bij het balanceren in de trailer. Dit in combinatie met een slechte ventilatie, zorgt voor een enorme opwarming van het lichaam van het paard. Indien de rit langer duurt dan 2 à 3 uur is het aangeraden om een rustpauze te voorzien waarbij het dier water en nat hooi aangeboden krijgt.

Op de weide

Tenslotte is het van belang dat een paard op de weide in de schaduw kan staan. Het beste moment om je paard op de weide te zetten is de ochtend. De buitentemperatuur is op dat ogenblik nog acceptabel, het gras bevat minder suikers en er zijn beduidend minder vliegen aanwezig.

De huidplooitest

Het is mogelijk om zelf te testen of je paard uitgedroogd is. Dit doe je door een huidplooi ter hoogte van de hals vast te nemen en opnieuw los te laten. Als deze plooi langer dan 4 seconden blijft staan, vertoont het paard uitdrogingsverschijnselen. Ook zal de urine van het paard een stuk donkerder worden van kleur. Uitdroging kan aanleiding geven tot koliek (verstopping). Het is dus belangrijk om op zeer warme dagen je paard goed in de gaten te houden.

Enkele tips samengevat

Enkele tips om je paard af te koelen bij zeer warm weer:

  • Zorg voor schaduw
  • Zorg altijd voor voldoende vers en schoon water
  • Lauw water is beter dan koud water
  • Houd het gedrag van uw paard in het oog encontroleer of het dier voldoende drinkt
  • Zet paarden bij warm weer niet te hard aan het werk
  • Let op bij het vervoeren van paarden bij warm weer

Is uw paard na de arbeid sloom, wil het niet drinken, heeft het een versnelde ademhaling (frequentie hoger dan 40/minuut) of een levensbedreigende, hoge lichaamstemperatuur (40°C of hoger)? Contacteer dan steeds uw dierenarts!

Hoefbevangenheid bij paarden: de gevaren van voorjaarsgras

De dagen worden langer, het zonnetje komt tevoorschijn en het gras begint te groeien! Ideaal om de paarden terug de weide op te laten! Gras lijkt het ideale voer voor paarden, het smaakt lekker, voorziet in de natuurlijke behoefte om te grazen en bevat vezels wat de darmflora ten goede komt. In het voorjaar is het echter opletten geblazen want het verse gras bevat veel suikers en weinig vezels. Voornamelijk de voorjaarszon in combinatie met ergkoude nachten zorgen voor een extra hoog suikergehalte in het verse gras.

De hoge suikergehalten zijn vooral gevaarlijk voor paarden met spijsverteringsproblemen of paarden die gevoelig zijn aan suiker, denk maar aan paarden met het equine metabool syndroom (EMS), insulineresistentie (IR) of cushing (PPID). Verder zijn de suikers ook extra gevaarlijk voor paarden die regelmatig hoefbevangen staan of gevoelig zijn aan koliek. Sobere rassen zoals haflingers, welsh pony’s, shetlanders zijn gevoeliger aangezien zij vaak te kampen hebben met overgewicht, wat in relatie staat met EMS.

Hoefbevangenheid: stand van het paard

Het gevolg van de opname van een te grote hoeveelheid aan suikers is hoefbevangenheid. Helaas is dit een aandoening die we heel frequent zien in deze periode van het jaar. De dieren kunnen licht kreupel zijn bij een milde vorm en ernstig kreupel tot stijf bij een zware vorm. Het dier gaat typisch naar achter leunen om de voorvoeten zo veel mogelijk te ontlasten. De hoeven voelen warm aan en er is een duidelijke pulsatie van de bloedvaten ter hoogte van de onderbenen. In erge gevallen gaan de dieren veel neerliggen.

Het is belangrijk om onmiddellijk de dierenarts te verwittigen indien je één van de symptomen opmerkt. In de acute fase kan er behandeld worden met ontstekingsremmers en pijnstillers. Eens een dier chronisch hoefbevangen wordt, is het een stuk moeilijker om het paard terug comfortabel te laten stappen.

Verder kan men best de hoeven koelen aangezien dit pijnstillend werkt. Tenslotte kan de smid gecontacteerd worden om de dieren correct te bekappen of om een ijzer aan te brengen dat kan voorkomen dat er een chronische verandering van de hoef Hoefbevangenheid: graasmaskerontstaat.

Gevoelige dieren worden best van de weide gehouden in het voorjaar. Voor de andere paarden doet men best aan strookbegrazing waarbij de dieren geleidelijk aan iets meer gras ter beschikking krijgen. Alternatieven zijn een graasmasker of de graastijd beperken.

Aarzel niet om ons te contacteren op het algemeen nummer (016/31 00 31) bij vragen of opmerkingen!

Save the date!

Beste klanten,

Donderdagavond 3 mei 2018 hebben wij voor onze klanten en paardeneigenaars een info-avond in petto!

In samenwerking met Zoetis nodigen we jullie allen graag uit op onze gratis avond waarin enkele interessante lezingen aan bod zullen komen en we jullie zullen voorstellen aan onze nieuwe collega.

Dit alles wordt voorzien bij een hapje en een drankje.
Wie interesse heeft om eerst een kijkje in de paardenpraktijk te nemen, is welkom tussen 18u45 en 19u45 op adres: Aarschotsebaan 96 in Kampenhout.

!!!Opgelet!!!
Parkeren doet u best op de parking van het park van Relst aangezien er aan de praktijk onvoldoende parkeergelegenheid is!

U kan ook rechtstreeks naar de lezingen komen om 20u in zaal ‘Park van Relst’.

Volgende lezingen zullen aan bod komen:
– Alarm in de darm (wormproblematiek bij het paard)
– De zin en onzin van een aankoopkeuring
– Ik wil een veulen: wat nu?!
– Feiten en fabels over rhinopneumonie

We hopen jullie hier allen te verwelkomen!

Er zijn nog een aantal plaatsen. Als je graag inschrijft kan dit door het sturen van een mailtje naar info@tsantvliet.be met de vermelding van uw naam en het aantal personen.

Tot dan!